Cursusinhoud · Deel A — Basis
Zweedse Taalcursus — Deel A
Zweedse Taalcursus Deel A (A1) 📖 17 hoofdstukken 📚 92 lessen 📝 17 hoofdstuktoetsen 🎓 Eindexamen 🏆 Certificaat Meer dan 110 leeronderdelen
Hoofdstukken
18
Lessen
100
Quizzen
18
Niveau
Deel A — Basis
Wat je gaat leren
Hieronder zie je de volledige opbouw van de cursus: alle hoofdstukken en welke onderwerpen per les aan bod komen. Zo weet je precies wat je krijgt voordat je begint.
Koop cursus — €79,95- 01
Hoofdstuk 1 — Fundament
5 lessen- 01.01
Hej! Eerste kennismaking met het Zweeds
Na deze les kun je iemand begroeten, jezelf voorstellen, eenvoudige kennismakingsvragen stellen en begrijpen wat iemand zegt tijdens een eerste ontmoeting. Je gebruikt de woorden 'hej', 'jag', 'du' en 'heter' correct.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak8 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 01.02
Hoe gaat het met je?
Na deze les kun je vragen hoe het met iemand gaat, vertellen hoe het met jezelf gaat, eenvoudige antwoorden begrijpen, basisbeleefdheidsvormen gebruiken en een kort gesprek voeren na een begroeting.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 01.03
Waar kom je vandaan?
Na deze les kun je vertellen uit welk land je komt, vragen waar iemand vandaan komt, namen van enkele landen herkennen en gebruiken, een eenvoudig kennismakingsgesprek uitbreiden en het werkwoord 'kommer' correct gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 01.04
Waar woon je?
Na deze les kun je vragen waar iemand woont, vertellen waar je woont, eenvoudige plaatsnamen gebruiken, het werkwoord 'bor' correct toepassen en een kennismakingsgesprek verder uitbreiden.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 01.05
Een volledig eerste kennismakingsgesprek
Na deze les kun je een volledig eenvoudig kennismakingsgesprek voeren, je naam, woonplaats en herkomst noemen, vragen hoe het met iemand gaat, basisvragen begrijpen en beantwoorden en zelfvertrouwen opbouwen voor echte Zweedse gesprekken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 01.01
- 02
Hoofdstuk 2 — Dagelijks leven
5 lessen- 02.01
Familieleden
Na deze les kun je de belangrijkste familieleden benoemen in het Zweeds, vertellen wie er in jouw gezin of familie zit, eenvoudige vragen over familie begrijpen, je familie kort voorstellen en het bezittelijk voornaamwoord min (mijn) gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 02.02
Mijn gezin
Na deze les kun je vertellen wie er in jouw gezin wonen, praten over je partner en kinderen, eenvoudige informatie over een gezin begrijpen, het woord har (hebben) correct gebruiken en korte beschrijvingen van een gezin maken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 02.03
Broers, zussen en familieleden
Na deze les kun je praten over broers, zussen en andere familieleden, vertellen hoeveel broers of zussen je hebt, familieleden beschrijven, eenvoudige gesprekken over familie begrijpen en getallen gebruiken bij familieleden.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 02.04
Leeftijd en verjaardag
Na deze les kun je vertellen hoe oud je bent, vragen hoe oud iemand is, eenvoudige leeftijden begrijpen, over verjaardagen praten en getallen tot twintig gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 02.05
Mijn familie voorstellen
Na deze les kun je je familie kort voorstellen, vertellen wie er in jouw gezin zitten, eenvoudige beschrijvingen geven van familieleden, een kort gesprek over familie voeren en woorden uit hoofdstuk 2 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 02.01
- 03
Hoofdstuk 3 — Werk en beroepen
5 lessen- 03.01
Wat doe je voor werk?
Na deze les kun je vragen wat iemand voor werk doet, vertellen wat je zelf doet voor werk, een aantal veelvoorkomende beroepen benoemen, een eenvoudig gesprek over werk begrijpen en het werkwoord arbetar (werken) gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 03.02
Op het werk
Na deze les kun je praten over je werkdag, vertellen waar je werkt, beschrijven wat je tijdens je werk doet, veelgebruikte werkwoorden op de werkvloer gebruiken en eenvoudige gesprekken over werk begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 03.03
Werkdagen en werktijden
Na deze les kun je vertellen wanneer je werkt, praten over werkdagen en vrije dagen, kloktijden begrijpen en gebruiken, eenvoudige gesprekken over werktijden voeren en dagen van de week benoemen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 03.04
Op de werkvloer
Na deze les kun je eenvoudige gesprekken voeren met collega's, veelgebruikte woorden op de werkvloer begrijpen, hulp vragen en aanbieden, praten over taken en werkzaamheden en beleefd communiceren op het werk.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 03.05
Mijn werk voorstellen
Na deze les kun je je werk en beroep beschrijven, vertellen waar je werkt, uitleggen wat je tijdens je werk doet, een eenvoudig gesprek over werk voeren en woorden uit hoofdstuk 3 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 03.01
- 04
Hoofdstuk 4 — Vrije tijd
5 lessen- 04.01
Vrije tijd en hobby's
Na deze les kun je vertellen wat je graag doet in je vrije tijd, vragen naar hobby's van anderen, eenvoudige gesprekken voeren over interesses, veelvoorkomende hobby's benoemen en het werkwoord gilla (leuk vinden) gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 04.02
Sport en beweging
Na deze les kun je vertellen welke sporten je doet, vragen welke sport iemand beoefent, praten over bewegen en gezond leven, veelvoorkomende sportwoorden begrijpen en eenvoudige gesprekken over sport voeren.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 04.03
Thuis ontspannen
Na deze les kun je vertellen wat je thuis graag doet, praten over ontspanning en rust, beschrijven hoe je een vrije avond doorbrengt, veelvoorkomende activiteiten thuis benoemen en eenvoudige gesprekken over vrije tijd thuis voeren.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 04.04
Muziek, films en boeken
Na deze les kun je praten over muziek, films en boeken, vertellen wat je leuk vindt om te kijken of lezen, vragen naar de voorkeuren van anderen, eenvoudige meningen geven en nieuwe woorden gebruiken rondom entertainment.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 04.05
Mijn vrije tijd voorstellen
Na deze les kun je vertellen wat je graag doet in je vrije tijd, beschrijven hoe een ideale vrije dag eruitziet, praten over hobby's, sport en ontspanning, voorkeuren en interesses benoemen en alle woorden uit hoofdstuk 4 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 04.01
- 05
Hoofdstuk 5 — Boodschappen en winkelen
5 lessen- 05.01
Boodschappen doen
Na deze les kun je eenvoudige boodschappen doen in een Zweedse supermarkt, veelvoorkomende producten benoemen, vragen waar producten liggen, begrijpen wat een medewerker zegt en eenvoudige gesprekken voeren tijdens het winkelen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 05.02
In de supermarkt
Na deze les kun je producten zoeken in een supermarkt, vragen waar iets ligt, eenvoudige aanwijzingen begrijpen, met winkelmedewerkers praten en veelgebruikte supermarktwoorden gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 05.03
Kleding kopen
Na deze les kun je kledingstukken benoemen, je maat vragen en aangeven, vragen of iets beschikbaar is, eenvoudige gesprekken voeren in een kledingwinkel en prijzen en maten begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 05.04
Betalen en afrekenen
Na deze les kun je afrekenen in een winkel, begrijpen wat een kassamedewerker zegt, vragen naar prijzen, met contant geld of pin betalen en veelgebruikte betaalzinnen gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 05.05
Winkelen in Zweden
Na deze les kun je een volledig gesprek voeren tijdens het winkelen, producten zoeken, vragen stellen en betalen, prijzen begrijpen, hulp vragen in een winkel en woorden uit hoofdstuk 5 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 05.01
- 06
Hoofdstuk 6 — Eten en drinken
5 lessen- 06.01
Eten en drinken
Na deze les kun je praten over eten en drinken, bestellen in een café of restaurant, vertellen wat je graag eet en drinkt, veelvoorkomende voedingsmiddelen benoemen en eenvoudige gesprekken over maaltijden voeren.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 06.02
In een café
Na deze les kun je bestellen in een Zweeds café, vragen wat er op de kaart staat, eenvoudige gesprekken voeren met een medewerker, typische Zweedse caféproducten benoemen en beleefd bestellen en bedanken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 06.03
In een restaurant
Na deze les kun je een tafel reserveren, eten en drinken bestellen in een restaurant, begrijpen wat een ober vraagt, eenvoudige vragen stellen over gerechten en een volledig restaurantgesprek voeren.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 06.04
Zweedse gerechten
Na deze les kun je praten over typisch Zweeds eten, gerechten herkennen op een menukaart, vertellen wat je lekker vindt, vragen stellen over eten en eenvoudige gesprekken voeren over maaltijden.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 06.05
Uit eten in Zweden
Na deze les kun je een volledig gesprek voeren in een Zweeds café of restaurant, eten en drinken bestellen, je voorkeuren aangeven, de rekening vragen en woorden uit hoofdstuk 6 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 06.01
- 07
Hoofdstuk 7 — Het weer
5 lessen- 07.01
Het weer
Na deze les kun je praten over het weer, het weer beschrijven in verschillende seizoenen, eenvoudige weersverwachtingen begrijpen, vragen hoe het weer is en veelgebruikte weerwoorden gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 07.02
De seizoenen
Na deze les kun je de vier seizoenen benoemen, vertellen welk seizoen je leuk vindt, praten over typisch weer per seizoen, beschrijven wat je in verschillende seizoenen doet en eenvoudige gesprekken voeren over het klimaat.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 07.03
Maanden en datums
Na deze les kun je de maanden van het jaar benoemen, datums zeggen en begrijpen, vragen wanneer iets gebeurt, over verjaardagen en afspraken praten en eenvoudige gesprekken voeren over kalenderdata.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 07.04
Dagen van de week
Na deze les kun je de dagen van de week benoemen, vertellen wanneer je iets doet, afspraken maken, praten over je weekplanning en eenvoudige gesprekken voeren over dagen en activiteiten.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 07.05
Plannen maken
Na deze les kun je praten over toekomstige plannen, vertellen wat je morgen, volgende week of volgende maand gaat doen, afspraken maken met anderen en eenvoudige gesprekken voeren over planning.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 07.01
- 08
Hoofdstuk 8 — Onderweg
5 lessen- 08.01
In de auto
Na deze les kun je praten over autorijden, belangrijke verkeerswoorden begrijpen, eenvoudige aanwijzingen geven en volgen, vertellen hoe je ergens naartoe rijdt en veelgebruikte woorden rondom verkeer gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 08.02
Tanken en onderweg
Na deze les kun je tanken bij een Zweeds tankstation, begrijpen welke brandstof je nodig hebt, eenvoudige vragen stellen tijdens een reis, praten over pauzes onderweg en veelgebruikte woorden rondom reizen met de auto gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 08.03
Met de bus en trein
Na deze les kun je reizen met de bus en trein, een kaartje kopen, vertrektijden begrijpen, vragen stellen op een station en eenvoudige gesprekken voeren tijdens een reis.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 08.04
Route vragen
Na deze les kun je de weg vragen in het Zweeds, eenvoudige routeaanwijzingen begrijpen, richtingen benoemen, hulp vragen als je verdwaald bent en een eenvoudige route beschrijven.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 08.05
Reizen door Zweden
Na deze les kun je praten over reizen binnen Zweden, vervoersmiddelen benoemen, reisinformatie vragen en geven, een reis beschrijven en woorden uit hoofdstuk 8 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 08.01
- 09
Hoofdstuk 9 — Gezondheid
5 lessen- 09.01
Gezondheid en de apotheek
Na deze les kun je praten over eenvoudige gezondheidsklachten, hulp vragen bij een apotheek, uitleggen wat er aan de hand is, veelgebruikte gezondheidswoorden begrijpen en eenvoudige gesprekken voeren over gezondheid.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 09.02
Bij de dokter
Na deze les kun je een afspraak maken bij de dokter, eenvoudige klachten uitleggen, basisvragen van een arts begrijpen, vertellen hoe lang je klachten hebt en een eenvoudig gesprek voeren bij de huisarts.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 09.03
In het ziekenhuis
Na deze les kun je praten over een bezoek aan het ziekenhuis, begrijpen wat zorgmedewerkers vragen, eenvoudige medische situaties beschrijven, belangrijke woorden rondom ziekenhuiszorg herkennen en basisgesprekken voeren in een ziekenhuis.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 09.04
Noodgevallen
Na deze les kun je hulp vragen in een noodsituatie, een noodgeval beschrijven, belangrijke woorden rond veiligheid begrijpen, eenvoudige gesprekken voeren met hulpdiensten en basisinformatie geven bij een noodoproep.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 09.05
Gezond blijven in Zweden
Na deze les kun je praten over gezond leven, beschrijven wat je doet om gezond te blijven, eenvoudige adviezen geven en begrijpen, over beweging, voeding en rust praten, en woorden uit hoofdstuk 9 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 09.01
- 10
Hoofdstuk 10 — Wonen
5 lessen- 10.01
Wonen in Zweden
Na deze les kun je praten over je woning, kamers in een huis benoemen, vertellen waar je woont, eenvoudige beschrijvingen geven van een woning, en woorden gebruiken die belangrijk zijn voor wonen in Zweden.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 10.02
Huren en kopen
Na deze les kun je praten over het huren of kopen van een woning, belangrijke woorden rondom wonen begrijpen, vragen stellen over een woning, eenvoudige gesprekken voeren met een verhuurder of makelaar, en basisinformatie over huizen begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 10.03
Verhuizen
Na deze les kun je praten over verhuizen, vertellen wat je moet regelen bij een verhuizing, eenvoudige gesprekken voeren over een nieuw huis, belangrijke verhuiswoorden begrijpen, en beschrijven waarom je verhuist.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 10.04
In en om het huis
Na deze les kun je praten over spullen in huis, beschrijven wat er in verschillende kamers staat, eenvoudige gesprekken voeren over huishoudelijke taken, woorden gebruiken voor meubels en huishoudelijke voorwerpen, en een woning uitgebreider beschrijven.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 10.05
Wonen in Zweden – Mijn droomhuis
Na deze les kun je uitgebreid praten over jouw woning, vertellen waar en hoe je graag wilt wonen, een woning beschrijven, je woonwensen uitleggen, en woorden uit hoofdstuk 10 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 10.01
- 11
Hoofdstuk 11 — Werk
5 lessen- 11.01
Op het werk
Na deze les kun je praten over je werk, vertellen wat voor werk je doet, basiswoorden op de werkvloer begrijpen, eenvoudige gesprekken voeren met collega's, en vertellen waar en wanneer je werkt.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 11.02
Solliciteren
Na deze les kun je vertellen dat je werk zoekt, over jouw ervaring praten, eenvoudige sollicitatiegesprekken begrijpen, belangrijke woorden rond solliciteren gebruiken, en basisvragen beantwoorden tijdens een sollicitatie.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 11.03
Op de werkvloer
Na deze les kun je praten over dagelijkse werkzaamheden, taken beschrijven, over collega's samenwerken praten, veelgebruikte woorden op de werkvloer begrijpen, en eenvoudige gesprekken voeren tijdens het werk.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 11.04
Telefoneren op het werk
Na deze les kun je telefoneren in eenvoudige werksituaties, een telefoongesprek beginnen en beëindigen, berichten doorgeven, basisvragen aan klanten stellen, en veelgebruikte telefoonzinnen begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 11.05
Mijn werk en toekomstplannen
Na deze les kun je praten over je huidige werk, vertellen wat je in de toekomst wilt doen, je werkervaring beschrijven, eenvoudige toekomstplannen bespreken, en woorden uit hoofdstuk 11 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 11.01
- 12
Hoofdstuk 12 — Reizen
5 lessen- 12.01
Op reis in Zweden
Na deze les kun je praten over reizen in Zweden, vragen naar routes en bestemmingen, belangrijke woorden rondom vervoer begrijpen, eenvoudige gesprekken voeren tijdens een reis, en vertellen waar je naartoe gaat.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 12.02
Op het station
Na deze les kun je hulp vragen op een station, vertrektijden begrijpen, vragen stellen over perrons, een ticket kopen, en eenvoudige gesprekken voeren tijdens een treinreis.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 12.03
Op de luchthaven
Na deze les kun je je oriënteren op een luchthaven, inchecken voor een vlucht, eenvoudige vragen stellen aan luchthavenpersoneel, informatie over vluchten begrijpen, en praten over bagage en reizen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 12.04
In het hotel
Na deze les kun je inchecken in een hotel, eenvoudige vragen stellen aan de receptie, praten over je kamer, problemen tijdens een verblijf melden, en veelgebruikte hotelwoorden begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 12.05
Mijn droomreis door Zweden
Na deze les kun je een reis plannen in het Zweeds, vertellen waar je naartoe wilt, beschrijven wat je wilt zien en doen, reizen, vervoer en verblijf combineren in gesprekken, en woorden uit hoofdstuk 12 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 12.01
- 13
Hoofdstuk 13 — School & Kinderen
5 lessen- 13.01
Op school
Na deze les kun je praten over school, benoemen welke vakken je volgt, vertellen naar welke school iemand gaat, eenvoudige gesprekken voeren over schooldagen en belangrijke schoolwoorden begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 13.02
Kinderen & Gezin
Na deze les kun je praten over kinderen en gezinnen, beschrijven hoeveel kinderen iemand heeft, vertellen wat kinderen graag doen, eenvoudige gesprekken voeren over familie en woorden gebruiken die vaak voorkomen in het gezinsleven.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 13.03
Voor ouders
Na deze les kun je praten met andere ouders, vertellen over je kinderen, eenvoudige gesprekken voeren op school of tijdens activiteiten, vragen stellen over kinderen en woorden gebruiken die vaak voorkomen in het gezinsleven.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 13.04
Activiteiten & Vrije Tijd voor Kinderen
Na deze les kun je praten over hobby's van kinderen, vertellen welke activiteiten kinderen doen, vragen stellen over sport en vrije tijd, beschrijven wat kinderen leuk vinden en eenvoudige gesprekken voeren over clubs en verenigingen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 13.05
Het Zweedse Schoolsysteem
Na deze les kun je praten over het Zweedse schoolsysteem, verschillende schoolvormen benoemen, vragen stellen over onderwijs, beschrijven waar kinderen naar school gaan en woorden uit hoofdstuk 13 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 13.01
- 14
Hoofdstuk 14 — Financiën
5 lessen- 14.01
Op de Bank
Na deze les kun je een bankrekening bespreken, geldzaken in eenvoudige Zweedse gesprekken begrijpen, vragen stellen bij een bank, betalen en bankdiensten benoemen en basiswoorden rondom financiën gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 14.02
Op het Postkantoor
Na deze les kun je een pakket versturen, een pakket ophalen, vragen stellen op een postpunt, veelgebruikte woorden rondom post begrijpen en eenvoudige gesprekken voeren bij PostNord en servicepunten.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 14.03
Gemeente & Overheidszaken
Na deze les kun je eenvoudige gesprekken voeren bij een gemeente, basiswoorden rondom officiële zaken begrijpen, vragen stellen over documenten en formulieren, praten over inschrijven en registreren, en belangrijke Zweedse overheidswoorden herkennen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 14.04
Zorg & Gezondheidsinstanties
Na deze les kun je een afspraak maken bij een zorginstantie, eenvoudige gesprekken voeren bij de huisarts, belangrijke gezondheidswoorden begrijpen, hulp vragen bij medische situaties en uitleg geven over eenvoudige klachten.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 14.05
Digitale Overheid & Belangrijke Diensten
Na deze les kun je praten over digitale overheidsdiensten, belangrijke Zweedse instanties herkennen, eenvoudige online formulieren begrijpen, hulp vragen bij administratieve zaken en woorden gebruiken die belangrijk zijn voor wonen en werken in Zweden.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 14.01
- 15
Hoofdstuk 15 — Verhuizen & Wonen
5 lessen- 15.01
Verhuizen naar Zweden
Na deze les kun je praten over verhuizen naar Zweden, vertellen waarom je naar Zweden verhuist, beschrijven waar je woont of wilt wonen, eenvoudige gesprekken voeren over emigratie en belangrijke emigratiewoorden begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 15.02
Werk zoeken in Zweden
Na deze les kun je praten over werk zoeken in Zweden, vacatures begrijpen, eenvoudige gesprekken voeren over werkervaring, vertellen wat voor werk je zoekt en belangrijke woorden rondom solliciteren herkennen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 15.03
Een Huis Kopen in Zweden
Na deze les kun je praten over het kopen van een huis, woningen beschrijven, eenvoudige gesprekken voeren met een makelaar, vragen stellen tijdens een bezichtiging en belangrijke woorden rondom wonen en kopen begrijpen.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 15.04
Werken & Leven in Zweden
Na deze les kun je praten over wonen en werken in Zweden, beschrijven hoe jouw dagelijkse leven eruitziet, vertellen wat je prettig vindt aan Zweden, eenvoudige gesprekken voeren over integratie en belangrijke woorden gebruiken die emigranten vaak nodig hebben.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 15.05
Jouw Nieuwe Leven in Zweden
Na deze les kun je vertellen over jouw leven in Zweden, beschrijven wat je hebt geleerd, praten over toekomstplannen, eenvoudige gesprekken voeren over emigratie-ervaringen en woorden uit hoofdstuk 15 actief gebruiken.
15 woordenDialoogGrammaticaUitspraak11 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 15.01
- 16
Hoofdstuk 16 — Herhaling & Eindopdracht
2 lessen- 16.01
Grote Herhaling Deel A
Na deze les kun je woorden uit alle vorige hoofdstukken herhalen, belangrijke grammatica herkennen, je sterke en zwakke punten ontdekken, voorbereiden op de eindopdracht en voorbereiden op het eindexamen van Deel A.
15 woordenDialoogGrammatica15 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 16.02
Eindopdracht Deel A
Met deze eindopdracht laat je zien dat je Zweeds kunt gebruiken in dagelijkse situaties, eenvoudige gesprekken kunt voeren, basisgrammatica beheerst, woordenschat uit Deel A kunt toepassen en klaar bent voor niveau A2.
5 woordenDialoogGrammatica10 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 16.01
- 17
Hoofdstuk 17 — A1 Grammatica
15 lessen- 17.01
Grammatica 1 — Het Zweedse Alfabet
Het Zweedse alfabet leren, inclusief å, ä en ö, en de basisuitspraak van klinkers en medeklinkers herkennen.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 17.02
Grammatica 2 — En-woorden en Ett-woorden
Het verschil tussen en-woorden (utrum) en ett-woorden (neutrum) begrijpen en herkennen.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.03
Grammatica 3 — Lidwoorden (en/ett/den/det/de)
Onbepaalde en bepaalde lidwoorden in het Zweeds correct gebruiken.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.04
Grammatica 4 — Meervouden
De vijf Zweedse meervoudsgroepen kennen en correct toepassen.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.05
Grammatica 5 — Persoonlijke Voornaamwoorden
Persoonlijke voornaamwoorden als onderwerp herkennen en correct gebruiken.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quiz - 17.06
Grammatica 6 — Bezittelijke Voornaamwoorden
Min/mitt/mina en andere bezittelijke voornaamwoorden correct kiezen.
12 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.07
Grammatica 7 — Werkwoorden in de Tegenwoordige Tijd (presens)
Werkwoorden in presens vormen en gebruiken — geen persoonsvervoeging in Zweeds.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.08
Grammatica 8 — Woordvolgorde
De basis van de Zweedse zinsbouw (V2-regel) begrijpen en toepassen.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.09
Grammatica 9 — Vragen Stellen
Ja/nee-vragen en vragen met vraagwoorden vormen.
11 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.10
Grammatica 10 — Negaties (inte, aldrig, inget, ingen)
Zinnen ontkennen met 'inte' en variaties als 'aldrig', 'inget' en 'ingen'.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.11
Grammatica 11 — Modale Werkwoorden (kan, vill, måste, får, ska)
Modale werkwoorden gebruiken om mogelijkheden, wensen, plichten en plannen uit te drukken.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.12
Grammatica 12 — Getallen (0–1000+)
Getallen van 0 tot 1000+ uitspreken, telefoonnummers en leeftijden zeggen.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quiz - 17.13
Grammatica 13 — Klok & Tijd
De tijd in Zweden aflezen en zeggen — heel, half, kwart over, kwart voor.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.14
Grammatica 14 — Voorzetsels (i, på, till, från, hos, med, utan)
De meest voorkomende voorzetsels gebruiken — met focus op valkuilen voor Nederlandstaligen.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz - 17.15
Grammatica 15 — Introductie Perfekt (har + supinum)
De voltooid tegenwoordige tijd vormen met 'har' + supinum als opstap naar Deel B.
10 woordenDialoogGrammatica5 oefeningen10-vragen quiz
- 17.01
- 18
Hoofdstuk 18 — A1 Uitspraakmodules
5 lessen- 18.01
Uitspraak 1 — Het Zweedse Alfabet
Alle 29 letters van het Zweedse alfabet correct herkennen en uitspreken, inclusief å, ä en ö.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 18.02
Uitspraak 2 — Å, Ä en Ö
De drie typisch Zweedse klinkers å, ä en ö correct uitspreken en herkennen in woorden.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 18.03
Uitspraak 3 — Lange en Korte Klinkers
Het verschil tussen lange en korte klinkers herkennen en correct uitspreken — cruciaal voor de betekenis van Zweedse woorden.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 18.04
Uitspraak 4 — Moeilijke Zweedse Klanken
De typisch Zweedse 'sj-klank', 'tj-klank' en zachte 'g'/'k' herkennen en oefenen — de lastigste klanken voor Nederlandstaligen.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening - 18.05
Uitspraak 5 — Basis Zinsmelodie
De typische Zweedse zinsmelodie (intonatie) leren — de zangerige op-en-neer beweging die Zweeds zo herkenbaar maakt.
10 woordenDialoogGrammaticaUitspraak5 oefeningen10-vragen quizLeesoefening
- 18.01
Klaar om te beginnen?
Je krijgt levenslange toegang en kunt in je eigen tempo leren. Herhaal zo vaak je wilt en oefen met uitspraak, dialogen en quizzen.
Koop deze cursus — €79,95