← Grammatica-naslagwerk

Bijvoeglijke naamwoorden · niveau A1

Bijvoeglijke naamwoorden verbuigen

Drie vormen: basisvorm (en-woord), +t (ett-woord) en +a (meervoud en bepaalde vorm).

De drie vormen

VormWanneerVoorbeeld
storen-woord, onbepaalden stor bil
stortett-woord, onbepaaldett stort hus
storameervoud + alle bepaalde vormenstora bilar / den stora bilen

De dubbele bepaling

Bij een bepaald zelfstandig naamwoord met bijvoeglijk naamwoord zet je zowel den/det/de ervoor als de uitgang erachter.

  • den stora bilende grote auto
  • det gamla husethet oude huis
  • de nya böckernade nieuwe boeken

Onregelmatige adjectieven

enettmv./bepaald
litenlitetlilla / små
gammalgammaltgamla
godgottgoda
blåblåttblå(a)
brabrabra

Veelgemaakte fouten

ett stor hus

ett stort hus

den stor bilen

den stora bilen

Bepaald = altijd -a.

Verder lezen