Werkwoorden · niveau B1
Gebiedende wijs en passief
De imperatief is de kortste vorm van het werkwoord. Passief maak je met -s of met bli + participium.
Imperatief
| Groep | Infinitief | Imperatief |
|---|---|---|
| 1 | tala | tala! |
| 2 | ringa | ring! |
| 3 | bo | bo! |
| 4 | skriva | skriv! |
s-passief
Voeg -s toe aan het werkwoord. Gebruikelijk bij regels, instructies en algemene feiten.
- Dörren stängs klockan sex.De deur gaat om zes uur dicht.
- Boken skrevs 1998.Het boek werd in 1998 geschreven.
bli-passief
Benadrukt een verandering of eenmalige gebeurtenis.
- Han blev vald till ordförande.Hij werd tot voorzitter gekozen.
Deponente werkwoorden
Sommige werkwoorden eindigen altijd op -s zonder passieve betekenis.
- hoppashopen
- trivashet naar je zin hebben
- minnaszich herinneren
Verder lezen
Tegenwoordige tijd (presens)
Goed nieuws: het werkwoord verandert nooit met de persoon. Jag är, du är, vi är — één vorm voor iedereen.
Verleden tijd: preteritum en perfectum
Preteritum (talade) voor afgesloten momenten met tijdsaanduiding, perfectum (har talat) voor ervaring en gevolg voor nu.
Toekomst en hulpwerkwoorden
Zweeds heeft geen echte toekomende tijd: presens, ska of kommer att. En na kan/måste/vill volgt de infinitief zónder att.