← Grammatica-naslagwerk

Werkwoorden · niveau A2

Toekomst en hulpwerkwoorden

Zweeds heeft geen echte toekomende tijd: presens, ska of kommer att. En na kan/måste/vill volgt de infinitief zónder att.

Drie manieren voor de toekomst

  • Jag åker till Sverige i morgon.Presens + tijdswoord — het gewoonst.
  • Jag ska åka till Sverige.Plan, intentie, besluit.
  • Det kommer att regna.Voorspelling waar je zelf niets over te zeggen hebt.

Modale werkwoorden

WerkwoordBetekenisVoorbeeld
kankunnenJag kan simma.
villwillenJag vill åka hem.
måstemoetenDu måste vänta.
fårmogenFår jag fråga?
börzou moetenDu bör vila.
brukarplegen teJag brukar springa.

Geen att

Na een modaal werkwoord staat de infinitief zonder att.

Veelgemaakte fouten

Jag kan att simma.

Jag kan simma.

Verder lezen