Werkwoorden · niveau B1
Partikelwerkwoorden
Werkwoord + partikel vormt een nieuwe betekenis. De klemtoon ligt op het partikel: tycka OM, känna IGEN.
Veelgebruikte partikelwerkwoorden
| Zweeds | Nederlands |
|---|---|
| tycka om | leuk vinden, houden van |
| känna igen | herkennen |
| komma ihåg | onthouden, zich herinneren |
| ta reda på | uitzoeken |
| gå ut | uitgaan |
| slå på / stänga av | aanzetten / uitzetten |
| ge upp | opgeven |
| ställa in | afzeggen, annuleren |
Woordvolgorde
Het partikel blijft direct achter het werkwoord staan — ook met een object.
- Jag tycker om honom.Ik mag hem.
- Jag känner inte igen henne.Ik herken haar niet.
Veelgemaakte fouten
Jag tycker honom om.
Jag tycker om honom.
Verder lezen
Tegenwoordige tijd (presens)
Goed nieuws: het werkwoord verandert nooit met de persoon. Jag är, du är, vi är — één vorm voor iedereen.
Verleden tijd: preteritum en perfectum
Preteritum (talade) voor afgesloten momenten met tijdsaanduiding, perfectum (har talat) voor ervaring en gevolg voor nu.
Toekomst en hulpwerkwoorden
Zweeds heeft geen echte toekomende tijd: presens, ska of kommer att. En na kan/måste/vill volgt de infinitief zónder att.